Het verhaal van Jasper

Jasper Neelis, 18 jaar

Eerstejaarsstudent Lerarenopleiding Geschiedenis

Jasper, een jonge gast die zichzelf al voor de klas ziet uitwijden over de Napoleontische oorlogen, zit in het eerste jaar van de lerarenopleiding Geschiedenis. Op de middelbare school was hij een modale leerling. Niet bij de beste, maar ook nooit bij de slechtste van de klas. Zijn cijfers schommelden tussen 6 en 8.

Jasper vond het prima. Hij hield genoeg tijd over voor zijn vrienden, had een baantje als postbode en zijn examens verliepen naar wens. Vanaf september kon hij eindelijk gaan doen waar hij écht zin in had: leraar worden!

Alle goesting ten spijt, voelde Jasper zich toch zenuwachtig bij aanvang van de opleiding. Maar hij suste zich met de gedachte dat het voor iedereen nieuw was, en dat enige onrust erbij hoorde. Het grootste verschil in vergelijking met de middelbare school zat 'm in het leeswerk: lezen, lezen en nog eens lezen.

Met de eerste toets in zicht, nam de onzekerheid echter toe. Jasper had alle informatie wel kunnen doorlezen, maar hij had niet het gevoel dat hij de stof echt beheerste. Bij de toets wist hij het meteen: “Dit komt niet goed”.

Toen hij een week later te horen kreeg dat hij een 7,8 had gescoord, was Jasper dan ook niet weinig verrast. Verrast en verward, want hij had echt een onvoldoende verwacht. Zijn eerste verklaring was dan ook dat de docent waarschijnlijk nogal losjes had verbeterd, omdat het de eerste toets van het jaar was geweest.

De verwarring in Jaspers hoofd was dermate groot dat het positieve effect van het onverwacht goede resultaat als sneeuw voor de zon verdween. Met de tweede toets in aantocht, nam Jaspers onzekerheid alleen maar toe. Hij begon er zelfs aan te twijfelen of hij wel de juiste studiekeuze had gemaakt. Tijdens het examen was Jasper er nog meer dan de eerste keer van overtuigd dat zijn antwoorden ruim onvoldoende waren. Maar ook deze keer bleek zijn vrees ongegrond. Een dikke 8 met de complimenten van de docent er bovenop.

Dit patroon herhaalde zich nog enkele malen in de loop van het eerste jaar van Jaspers lerarenopleiding. Tot Jasper zichzelf in de spiegel bekeek en zich luidop afvroeg of het beeld dat hij van zichzelf had niet veel negatiever uitviel dan wat de mensen in zijn directe omgeving over hem dachten. Enkele openhartige gesprekken met docenten en vrienden deden wonderen. Bleek immers dat zij hem altijd al als een pientere, hardwerkende jongeman hadden beschouwd, die bovendien niet te beroerd was om anderen een handje toe te steken.

Meer dan de cijfers hebben deze opmerkingen Jaspers onzekerheid naar de achtergrond weten te verdringen. Door in de huid van zijn vrienden te kruipen, heeft Jasper zichzelf anders leren aanschouwen en meer aandacht te hebben voor zijn sterke punten. Hij heeft complimenten die hem te beurt vielen naar waarde weten schatten.

Toen een psychologische zelftest, waaraan hij op advies van een docent heeft deelgenomen, nadien aantoonde dat hij terecht wat meer zelfvertrouwen mag uitstralen, was Jasper voorgoed verlost van zijn faalangst. Hij werkt even hard als voordien, maar verlaat het examenlokaal zonder zorgen en piekert 's nachts niet langer over het vermeende slechte resultaat.