Welke leervaardigheden?

Softskills is een verzamelnaam voor leervaardigheden, sociale vaardigheden, communicatieve vaardigheden, taalvaardigheid, persoonlijke gewoonten, vriendelijkheid en optimisme die kleur geven aan de relaties met anderen. Aan de basis hiervan liggen persoonskenmerken zoals een bepaalde attitude en persoonlijke eigenschappen. Voorbeelden van softskills zijn:

  • je kernkwaliteiten kennen en inzetten;
  • jezelf kunnen sturen en doorzetten bij tegenslag;
  • kunnen samenwerken in
     
    een groep/team;
  • op opbouwende wijze omgaan met culturele verschillen in een groep;
  • actief kunnen luisteren en samenvatten;
  • snel op internet relevantie informatie kunnen zoeken;
  • kritische vragen durven stellen aan een expert;
  • jezelf kunnen motiveren om een studieboek te bestuderen;
  • en vooral kunnen nadenken over je eigen leren het ‘leren leren’.

 

Welke leervaardigheden pas je goed toe?

Leervaardigheden die jouw motivatie versterken zijn:

1. Zelfkennis
Waar en hoe leer je het beste?

Als je nieuwsgierig bent en leren zinvol vindt, maak je dopamine aan. Dat is een chemische stof in je hersenen die ervoor zorgt dat informatie correcter en sneller wordt doorgegeven, waardoor je beter kunt leren en onthouden. Niet alle emoties echter zetten aan tot leren! Een overdaad aan stress verlamt de werking van je hersenen. Langdurige blootstelling aan stress je geheugencapaciteit zelfs onherstelbaar beschadigen. Het best leer je als de uitdaging groot is, de stress niet te hoog, maar ook niet te laag, en als je daarenboven oprecht nieuwsgierig bent.

2. Zelfsturing
Hoe pak je het leren aan en hoe stuur je jezelf bij?

Zelfsturing is je leren zelf in de hand nemen en houden. Dit doe je door je eerst te oriënteren wat je moet leren, door vervolgens te plannen hoe je het gaat aanpakken, nadien bij te sturen als het anders loopt, en tot slot na te gaan of je de leerstof daadwerkelijk beheerst. Probeer zoveel mogelijk te herhalen. Elke keer dat neuronen in je hersenen samen vuren worden de verbindingen in je hersenen versterkt. Begin op tijd met herhalen. Je moet minstens zes weken actief aan de slag blijven met de leerstof om er voor te zorgen dat het beklijft. Net als met trainen voor een sport of muziekinstrument: oefening baart kunst en herhaling is de beste leermeester.

3. Samenwerken
Hoe leer je van en met elkaar?

Jouw brein is erop gericht om zijn eigen orde in de chaos te scheppen door zelfstandig informatie te ordenen en patronen te ontdekken. Dit actieve leren verloopt het best als je samen met anderen op verschillende manieren met informatie aan de slag gaat. Samenwerking prikkelt immers de nieuwsgierigheid, waardoor de hoger aangehaalde dopamine ervoor zorgt dat de verbindingen in de hersenen versterken en verder vertakken. Ga dus samen ontdekken, ervaringen uitwisselen, ordenen, relaties leggen en uitleg geven.

4. Analyseren, relateren, structureren
Hoe zoek en verwerk je doelgericht informatie?

Je wordt geconfronteerd met zo’n enorme hoeveelheid informatie dat selectie noodzakelijk is. De delen zien, verbanden leggen en overzicht houden zijn noodzakelijk om te leren. Hoe kun je dat bereiken? Begin met voor jezelf te bepalen wat het meest zinvol is, wat het meest kan bijdragen tot het bereiken van je doel. Vooral als je internet als informatiebron gebruikt, is het belangrjk om je doel voor ogen te houden en je niet te laten verleiden door allerlei zijwegen waardoor je al snel door de bomen het bos niet meer ziet. De verschillende onderwerpen van de leerstof orderen en de verbanden ertussen benoemen, houdt je aandacht bij het leren. En hoe meer aandacht je geeft aan wat je wilt leren, hoe beter je het zult onthouden.

Als je je verschillende zintuigen prikkelt is het geleerde gemakkelijker op te halen en beklijft het beter. Je hebt als het ware meerdere labels als ingang om informatie weer boven water te krijgen.

Hoe meer je “weet wat je weet”, des te beter kun je leren. Het is belangrijk om voorkennis te activeren, zodat nieuwe kennis en ervaring eraan gelinkt kan worden. Nieuwe netwerken in je hersenen worden zo verbonden met al bestaande. Nieuwe kennis is daardoor sneller beschikbaar. Maar wat als nieuwe informatie niet strookt met kennis en ervaringen die je al had? Dan zal het oude domineren en wordt er nauwelijks (bij)geleerd. Door tussen de oude en nieuwe informatie verschillen te zoeken, kun je echter verbanden leggen en het informatienetwerk in je hersenen uitbreiden.

5. Concretiseren
Hoe pas je leerstof toe in de praktijk?

Zoek bij de leerstof zoveel mogelijk voorbeelden uit de praktijk. Inzicht in de context waarbinnen een gebeurtenis of waarneming zich voltrekt, draagt bij tot effectief leren. Het is dus van groot belang de omstandigheden als het ware mee te leren. Probeer de leerstof daarom zoveel mogelijk toe te passen en te gebruiken in het dagelijks leven.

6. Kritisch
Hoe check je de validiteit van bronnen en argumenten?

Stel zoveel mogelijk kritische vragen en verzamel informatie uit verschillende bronnen.

Vraag je bij alles wat je leert af of de leerstof klopt met jouw kennis en ideeën. Vraag naar argumenten van anderen en vergelijk die met je eigen argumenten. Zoek naar alternatieven en ontwikkel een eigen visie. Internet is een rijke bron voor allerlei afbeeldingen, video- en geluidsfragmenten.

Door het inzetten van leervaardigheden is het mogelijk je leermotivatie en leerresulaten positief te beïnvloeden. Het is precies door het actief inzetten van deze vaardigheden bij het leren en werken, dat je optimaal gebruik maakt van de mogelijkheden die je hersenen je bieden.

Downloads

  • Checklist: Welke leervaardigheden pas ik goed toe?
Subpagina''s (1): Niveau's in leervaardigheden
Ċ
Ellen Vercouteren,
29 sep. 2011 03:10