Verhalen en filmpjes

Train your brain

Onze hersenen bestaan uit een rechter- en een linkerhersenhelft. Met de linkerhelft kunnen wij onder andere logisch redeneren, analyseren en rationaliseren. De rechterhersenhelft wordt in verband gebracht met creativiteit, intuïtie, context en verbanden.

Om de mogelijkheden van je hersenen maximaal te benutten moet je beide hersenhelften zoveel mogelijk laten samenwerken door ze informatie te laten uitwisselen via de zogenaamde grijze draden of verbindingen tussen beide delen.

De aanmaak van die verbindingen kun je bevorderen door je hersenen te trainen. Dit doe je door bij de uitvoering van taken en activiteiten de specialiteiten van iedere hersenhelft te combineren. Bijvoorbeeld door een geschreven tekst ook uit te werken in een mindmap. Of speelser, door met je andere hand te leren schrijven, door te jongleren, door mindtricks te spelen of zelfs door middel van Nintendo brain training games.

Big, een film over een kind in het lichaam van een volwassene


http://www.youtube.com/watch?v=A3oIiH7BLmg 

Pubergedrag toch niet veroorzaakt door 'onrijp brein', maar waardoor dan wel?

Door: Malou van Hintum − 16/09/12, 03:03
© THINKSTOCK.

Pubers hebben tóch geen 'onrijp' brein, hebben wetenschappers onlangs ontdekt. Terwijl dat nou juist zo'n mooie verklaring was voor hun impulsieve en dwarse gedrag. Maar wat gebeurt er dan wel in hun hersenpan?

Eerst moet er een misvatting de wereld uit. Want dat jongeren vaak het nut niet inzien van de volwassen dingen die ouders en opvoeders van hen verlangen, en ze die dingen daarom ook gewoon niet doen, is 'een heel goede eigenschap'. Zegt klinisch neuropsycholoog Jelle Jolles, hoogleraar hersenen, gedrag en educatie (VU) en auteur van het boek Alles is leren, dat eind dit jaar verschijnt. Als jongeren zich niet veel meer op hun leeftijdsgenoten zouden richten dan op hun ouders, zaten ze op hun dertigste nog bij moeders pappot.

Prikkels
'Jongeren gebruiken prikkels uit hun peergroup om nieuwe ervaringen op te doen', vertelt Jolles. 'Evolutionair klopt dat. Het zit in het brein ingebakken dat alles wat nieuw is, overlevingswaarde kan hebben. Jongeren trekken weg van hun ouders - ook letterlijk - en dat is maar goed ook. Niemand weet hoe de wereld er over twintig jaar uitziet, en wat je dan nodig hebt om te overleven.'

Dat onderzoekende, nieuwsgierige en grensverleggende gedrag van jongeren kan ertoe leiden dat ze soms te veel risico's nemen en onverstandige dingen doen. Wie op het randje gaat lopen, bewaart niet altijd zijn evenwicht.

Maar het zorgt er ook voor dat jongeren zich ergens helemaal in kunnen vastbijten, buiten de kaders kunnen denken, en oplossingen voor problemen kunnen verzinnen waar volwassenen niet op komen. 'Dat is fantastisch', zegt Jolles. 'Dat hebben we als maatschappij nodig.'
Je kunt dus stellen dat puberhersenen 'innovatie in de praktijk' zijn. Maar hoe ziet dat er op breinniveau uit?

Puberprofessor
Tot voor kort heette het dat het komt omdat de voorste gebieden van hun hersenen - de prefrontale cortex, die onder meer een rol speelt bij planning en impulsbeheersing - nog niet genoeg ontwikkeld waren. Een theorie, die mede door het succes van het boek Het puberbrein van 'puberprofessor' Eveline Crone (Universiteit Leiden) al snel doordrong tot de huiskamer. Geen zin om je kamer op te ruimen? Tja, puberhersenen kunnen dat nog helemaal niet aan.

Maar eigenlijk vond Crone al langer dat het een beetje 'simplistisch' was, zegt ze achteraf. Ze heeft het over het idee dat de rationele hersengebieden van jongeren langzaam rijpen, en dat ze daardoor spannende situaties opzoeken, grote risico's nemen en vooral gericht zijn op de korte termijn. 'Het kon niet helemaal kloppen. Want je ziet ook dat pubers zich vaak urenlang kunnen concentreren op ingewikkelde technische vragen', zegt de hoogleraar neurocognitieve ontwikkelingspsychologie, auteur van inmiddels twee boeken over het puberbrein.

Samen met de Amerikaanse neurowetenschapper Ronald Dahl (Universiteit van Californië, Berkeley) zette Crone onlangs in Nature honderdvijftig studies naar het adolescentenbrein op een rijtje. Dat bevestigde haar vermoeden: het cognitieve controlegebied achter het voorhoofd is niet zozeer onrijp, maar bij jongeren veel flexibeler dan neurowetenschappers tot nu toe dachten. 'Bij standaardtests voor cognitieve controle is de prefrontale cortex bij jongeren niet erg actief', vertelt Crone. 'Maar geef je ze een taak die een beroep doet op hun creativiteit, dan wordt het gebied wel intensief gebruikt.'

Ook maakt het uit of de taak in kwestie al dan niet emoties oproept. 'Adolescenten reageren anders en sterker op emoties dan volwassenen', zegt Crone. 'Als er sociale relaties op het spel staan, zoals bij sociale beoordeling en uitsluiting het geval is, werkt hun prefrontale cortex veel harder.'

Hormonen
Dat is begrijpelijk als je bedenkt dat het emotionele systeem in het puberbrein op scherp staat. Het wordt aangejaagd door 'puberhormonen', de geslachtshormonen die bij het begin van de puberteit (rond het elfde jaar) in verhoogde hoeveelheden worden aangemaakt. Het zijn die hormonen die ertoe leiden dat het puberbrein een hoge staat van paraatheid heeft bij spanning en beloning.

Omgekeerd hebben de sociale ervaringen die adolescenten daardoor opdoen, ook weer effect op hun hersenontwikkeling. Er is dus geen sprake van eenrichtingsverkeer, maar van wederzijdse beïnvloeding.
In dat proces speelt motivatie een belangrijke rol. Dan gaat het niet om iets waarvan opvoeders vínden dat het jongeren moet motiveren (kamer opruimen!) maar om iets wat ze zelf als motiverend ervaren (kamer opruimen als er een feestje is).

Want - alweer zo'n misvatting - jongeren zijn niet lui. Als ze ergens zin in hebben of iets belangrijk vinden, beginnen ze er ook aan. Hoe ingewikkeld het ook is, en hoe lang het ook duurt. Jelle Jolles geeft het voorbeeld van een jongen die een hekel had aan lezen, maar wel honderdtachtig pagina's doorploeterde om erachter te komen hoe hij een website moest maken. Omdat hij dat zelf wilde.

Puberhersenen zijn dus niet zozeer een volwassenenbrein dat nog niet klaar is; het zijn creatieve innovatie- en leermachines, met al hun emotionele circuits helemaal gericht op nieuwe ervaringen en het aftasten van sociale contacten.

Dat gaat wel weer over. Volwassenen hebben een 'uitgerijpt' brein, zoals dat heet. Ze kunnen gestructureerder denken, afgewogener besluiten nemen, en meer rekening houden met de lange termijn dan jongeren. Dat heeft met ervaring en training te maken, legt Sarah Durston, hoogleraar ontwikkelingsstoornissen van de hersenen in Utrecht uit.