Motivatie door toepassen leervaardigheden

De docent als hefboom voor gemotiveerd leren

Welke docent droomt niet van geïnteresseerde studenten, die uit zichzelf aanvullende informatie zoeken, kritische vragen stellen over de leerstof en er actief mee aan de slag gaan? Studenten die begeleid worden  bij het ontwikkelen van leervaardigheden, raken steeds gemotiveerder en verwerven sneller en beter nieuwe kennis en vaardigheden. Ze krijgen beter grip op het onderwerp van studie, steeds meer zelfvertrouwen in hun eigen mogelijkheden en ze behalen steeds betere resultaten.

 

Leren leren is niets anders dan het kunnen toepassen van leervaardigheden. Het is het vermogen om het eigen leren in al zijn essenties te begrijpen en de leervaardigheden doelbewust toe te passen. ‘Leren leren’ is zo een metavaardigheid  in het leervaardig worden. Leervaardigheden zijn de ‘soft skills’ waarmee studenten zich de ‘hardware’ (kennis en vaardigheden) eigen maken en deze toepassen. Gemotiveerd leren is dus de wil om te leren en het kunnen toepassen van leervaardigheden.

 

benut je leervaardigheden als treden van een ladder
De belangrijkste leervaardigheden zijn:
  • de eigen leerstijl kennen en kunnen aanpassen;
  • zichzelf kunnen sturen en doorzetten bij tegenslag;
  • op opbouwende wijze omgaan met verschillen in een groep;
  • actief kunnen luisteren en samenvatten;
  • effectief op internet relevante informatie kunnen zoeken;
  • kritische vragen durven stellen;
  • zichzelf kunnen motiveren om (ook dikke) studieboeken te bestuderen;
  • en vooral: kunnen nadenken over het eigen leren (‘leren leren’).

 



Gemotiveerde, succesvol lerende studenten zijn vaak het resultaat van gemotiveerde docenten. Iedereen in het onderwijs kent wel een of meer docenten die bij hem het motivatievuurtje aanwakkerden door hun enthousiasme en persoonlijke belangstelling. De docent speelt dan ook een cruciale rol bij het gemotiveerd leren. Sterker nog: hij is de meest bepalende factor  voor de kwaliteit van het onderwijs (Hattie, 2009). De causale lus in figuur 1 laat zien dat de gemotiveerde, lerende houding van de docent leidt tot een gevarieerder aanbod van werkvormen, een interactievere onderwijsstijl en gerichtere ondersteuning van het leren van studenten. De docent is daarmee de hefboom die de motivatie bij studenten versterkt zodat zij diepgaander leren en betere resultaten behalen.

Figuur 1: Causale lus gemotiveerd leren

Vakmanschap en meesterschap

Een docent is niet alleen expert in zijn vakgebied (vakmanschap), maar ook expert in het leren van studenten (meesterschap). Zo moet hij niet alleen relevante inzichten in ‘breinleren’ kunnen vertalen naar concrete studietips in de les, maar hij moet ook zicht hebben op de verschillende leerstijlen van de studenten en daarop zijn werkvormen kunnen afstemmen. Een docent die zijn studenten optimaal wil kunnen voorbereiden op een beroep of vervolgopleiding, moet zelf ook blijven leren. Pas dan kan hij  innoveren, actuele kennis delen en houdt hij plezier in het werk (Weggeman, 2007).

 

Uit de NWO-review (Veen, 2010) die wereldwijd onderwijsonderzoek samenbrengt, blijkt dat aandacht voor  meesterschap in de professionalisering van docenten tot belangrijke positieve effecten bij de studenten leidt. Bovendien verhoogt deze aandacht meer dan welke andere maatregel dan ook de kwaliteit van het onderwijs. Voor de prestaties van studenten is het dan ook cruciaal om in de ontwikkeling van gemotiveerde, leven lang lerende docenten te investeren. Deze wetenschappelijke inzichten komen dan ook terug in de huidige politieke en maatschappelijke discussies over de professionalisering van docenten als ‘hefboom’ om de kwaliteit van het onderwijs te verhogen (Onderwijsraad, 2011). Uit deze constateringen komt de kernvraag naar voren: wat hebben docenten nodig om hun meesterschap verder te ontwikkelen?

 

Een expert-docent herken je aan zijn vakmanschap én aan zijn meesterschap. De docent toont meesterschap als hij zijn eigen leervaardigheden niet alleen ontwikkelt, maar deze ook toepast in zijn lessen door bijvoorbeeld de eigen leer- en onderwijsstijl af te stemmen op die van de student, door gevarieerde inspirerende werkvormen te gebruiken, een haalbare lesplanning te maken, efficiënt samen te werken met collega’s, de ‘body of knowledge’ samen te vatten en studenten uit te dagen tot het stellen van kritische vragen. Docenten die in hun lessen behalve aan vakinhoud ook aandacht besteden aan de ontwikkeling van leervaardigheden (leren leren) stimuleren hun studenten sterk in hun motivatie om te leren (Vermunt, 2011). Docenten denken vaak dat studenten hun zelfstudie kunnen plannen en samenwerkingsafspraken kunnen maken. Het tegendeel is waar. Studenten hebben juist behoefte aan ondersteuning bij het leren leren (Donche, 2010).

Om leerprocessen te kunnen ondersteunen, moeten docenten zelf ook leervaardigheden beheersen. Hoe kunnen docenten die zich bijvoorbeeld niet aan samenwerkingsafspraken met collega’s houden of hun correctiewerk niet tijdig af hebben, anders hun studenten daarin goed begeleiden? Daar komt nog bij dat studenten het maar al te snel in de gaten hebben als een docent deze vaardigheden niet goed beheerst. Docenten kunnen zelfstandig leren dan ook het beste begeleiden als zij zelf ook regelmatig tijd nemen om te leren.

De lerende professional is voortdurend bezig met de beantwoording van allerlei didactische vragen. Door  te blijven leren en dit leren doelbewust te ontwikkelen en in te zetten -  door te ‘leren leren’ – ontwikkelt de docent zijn meesterschap (Borko, 2010). De Adviescommissie Toekomstbestendig Hoger onderwijs (2010) beveelt dan ook aan om te focussen op de scholing van docenten in het ‘leren leren’. Docenten kunnen dan beter inspelen op leerstijlen van hun studenten, cruciale leervaardigheden en inspirerende werkvormen inzetten in uitdagende lessen en hun studenten intensiever coachen.  Daartoe heeft elke docent 10% van zijn normjaartaak (CAO 2010-2011) beschikbaar voor professionele ontwikkeling. Volgens de HBO-raad (2011)] wordt deze ruimte voor scholing echter minimaal benut. Ook blijkt dat de meeste scholen en beroepsopleidingen nog niet zijn ingericht op het leren van de docenten zelf (Fullan,2010).

Toch zou het beter zijn als de school ook voor docenten een leerplek is. Dat concluderen de NWO- onderzoekers (2010) ‘Professionele ontwikkeling van leraren’. Zij peilden via literatuuronderzoek hoe het leren van docenten effectief kan zijn. Uit deze review blijkt dat docenten behalve moeten leren om te denken en handelen als een docent, ook  moeten leren om te leren als een docent. Dat wil zeggen dat hij:

           de leerdoelen ervaart als zelfgekozen;

           kan nadenken over ervaringen in de praktijk;

           specifieke problemen die hij ervaart kan onderzoeken;

           met oplossingen kan experimenteren in de eigen werkcontext;

           de mogelijkheid heeft tot zelfsturing;

           kan samenwerken met collega's en andere belanghebbenden;

           het belang onderkent van zelfkennis, intrinsieke motivatie en ‘leren leren’;

           kennis kan verwerven die gericht is op vakinhoud, vakdidactiek en het                     leren van studenten gebaseerd op ‘evidence-based’-methoden en -                        praktijken;

           een respectvolle en veilige leeromgeving ervaart die gericht is op leren.  

 

Een schoolleiding die zich richt op het leren van haar docenten, gebaseerd op bovenstaande voorwaarden, is een belangrijke succesfactor  voor het succesvol leren van docenten én daarmee voor het succesvol leren van hun studenten. Met name als docenten de gelegenheid krijgen te experimenteren en na te denken over eigen praktijkervaringen, leren zij het effectiefst (Vermunt, 2011). Belangrijk voor zo’n intrinsiek gemotiveerd leerproces is een inspirerende, respectvolle en veilige leeromgeving, waarin docenten effectief samenwerken (Martens & Boekaerts, 2007).

 

Uit onderzoek blijkt dat expert-docenten niet alleen behoefte hebben aan toegankelijke informatie over werkvormen, leervaardigheden en motivatie, maar ook graag beschikken over direct toepasbare tips en tools waarmee zij het ‘leren leren’ van hun studenten kunnen ondersteunen (Donche, 2010). De laatste jaren is er dan ook een overvloed aan vooral boeken over studeren en leren en daaraan gerelateerde workshops over bijvoorbeeld het puberbrein. Ook bestaan er veel bruikbare, algemene sites over leren zoals leren.nl, lereniseenmakkie.nl en hersenenenleren.nl. Recentelijk is bovendien de digitale LEerstijl- en MOtivatie-test (Lemo-test) beschikbaar gekomen voor het voortgezet en hoger onderwjis (zie www.goleweb.eu). Studenten die deze test hebben ingevuld, ontvangen een feedbackrapport met specifieke studietips voor de verbetering van hun leervaardigheden. Deze studietips worden toegelicht en verder uitgewerkt met aansluitende tools en werkvormen op deze site. De site bevat een scala aan breed geaccepteerde, direct toepasbare tips en tools, die zijn afgeleid uit de recente motivatietheorie [Ryan&Deci, 2000]. Op de site is ‘the state of the art’ rondom gemotiveerd leren uitgewerkt aan de hand van de volgende cruciale leervaardigheden:

  • Zelfkennis: waar en hoe leer je het beste?
  • Zelfsturing: hoe pak je het leren aan en hoe stuur je jezelf bij?
  • Samenwerken: hoe leer je van en met elkaar?
  • Analyseren, relateren, structureren: hoe zoek en verwerk je doelgericht informatie?
  • Concretiseren: hoe pas je leerstof toe in de praktijk?
  • Kritisch verwerken: hoe check je de validiteit van bronnen en argumenten?
Referenties

Borko, H., Jacobs, J., & Koellner, K. (2010). Contemporary approaches to teacher professional development. In E. Baker, B. McGaw & P. Peterson (Eds.). International Encyclopedia of Education, 3rd Edition (part 7, pp. 548-555). Oxford: Elsevier Scientific Publishers.

Commissie Toekomstbestendig Hoger Onderwijs Stelsel (2010). Differentiëren in drievoud. Den Haag: Rijksoverheid.

Donche, V., Van Petegem, P., Van de Mosselaer, H., & Vermunt, J. (2010). Lemo: een instrument voor feedback over leren en motivatie. Mechelen: Plantyn.

Fullan, M. (2010). All Systems Go. USA: Corwin Press.

Hattie, J. (2009). Visible learning: a synthesis of over 800 meta-analyses relating to achievement. New York: Routledge.

HBO-raad (2011). Collective employment agreement for the Higher Professional Education Sector, www.hbo-raad.nl..

Martens, R., & Boekaerts, M. (2007). Motiveren van studenten in het hoger onderwijs: theorie en interventies (Hoger Onderwijs Reeks). Groningen: Wolters-Noordhoff.

Onderwijsraad (2011). Naar hogere leerprestaties in het voortgezet onderwijs. Den Haag: Onderwijsraad. 

Ryan, R.M., & Deci, E.L. (2000). Self-determination theory and the facilitation of intrinsic motivation, social development, and well being. In: American Psychologist, 55, 68-78.

Veen, K., Zwart, R.,Meirink, J., Verloop, N. (2010). Professionele ontwikkeling van docenten: Resultaten van een NWO-PROO-reviewstudie. Leiden: ICLON  / Expertisecentrum Leren van Docenten. Geraadpleegd op 31 oktober 2011,.www.nwo.nl/proo 

Vermunt, J.D. (2011). Patterns in student learning and teacher learning: Similarities and differences. In: S. Rayner and E. Cools, Editors (2011). Style differences in cognition, learning and management: theory, research and practice. New York: Routledge, pp. 173–187.

Weggeman, M. (2007). Leidinggeven aan professionals? niet doen! Schiedam: Scriptum.

ĉ
Ellen Vercouteren,
4 feb. 2013 03:56
Comments