Tools

Downloads

Dagelijks moet je bewust en onbewust zoveel informatie verwerken dat permanente selectie noodzakelijk om de aandacht erbij te houden. De delen zien, verbanden leggen en het overzicht behouden, zijn absolute voorwaarden om effectief te leren. Maar hoe doe je dat?

Begin met te aanvaarden dat je onmogelijk alles tegelijk kunt doen. Ga stap voor stap te werk. Bepaal voor jezelf wat je eerst doet, wat je later zult aanpakken, wat je helemaal niet zult doen. Vervolgens richt je je aandacht op het anlyseren, relateren en structureren van de taak op studieopdracht.

1. Analyseren: de delen zien

Globaal verkennen

Verken de leerstof een eerste keer zonder al te diep op details in te gaan. Vorm je je een beeld van de structuur en de kwaliteit van het materiaal, de belangrijkste concepten en de samenhang met kennis die je al hebt.

Blader door de leerstof en beantwoord per begrip, concept, relatie of bewering de volgende vragen:

  • Waarover gaat het?
  • Hoe is het materiaal gestructureerd?
  • Hoe moeilijk is het?
  • Wat weet ik al over dit onderwerp?
  • Wat is de rode draad?

Focussen

De 2×2-vragen methode helpt je te achterhalen welke manier van leren het best past bij de leerstof die je moet bestuderen.

Inhoudstafel

De inhoudsopgave is de kortste samenvatting van de leerstof en vaak de beste.

Hij vormt de structuur en kapstok voor jouw leren.

Kijk dus goed naar de inhoudsopgave:

  • Wat zijn de hoofdzaken?
  • Hoe zijn deze onderling verbonden?

 

 

 

 

  • Maak aan de hand van de structuur van de leerstof een chronologisch schema, mind map of samenvatting,… met de belangrijkste begrippen. Bijvoorbeeld:

Kerngedachte te formuleren

Lees elke alinea goed door. Stel jezelf de vraag: wat is dé kerngedachte van deze alinea? Begrijp ik deze? Wat zijn bijzaken?

Noteer de kerngedachte bondig. Klik hier voor het schema

Lees nu de alinea's van de paragraaf en maak daar een korte samenvatting van.

 

Kerngedachte van de alinea (gebruik trefwoorden) Korte samenvatting van de alinea's  Hoofdzaak van de paragraaf/tekst
     
     
     
 

Feitenketting van de belangrijkste begrippen in een logische volgorde

Bijvoorbeeld:
Nieuwe wet 
 protest  illegale verkoop  celstraf of boete  rechter

Visgraatdiagram

Visgraatdiagram

Een tool die bedoeld is om een complex geheel in kaart te brengen. Het diagram maakt onderscheid in

oorzaken en gevolgen. Aan de rechterkant wordt het veroorzaakte probleem beschreven. Aan de linkerkant worden de oorzaken in kaart. Zie verdere uitleg: http://nl.wikipedia.org/wiki/Ishikawadiagram of http://www.gertjanschop.com/modellen/ishikawa_diagram.html


Tabellendiagram

Stel jezelf korte gerichte vragen en werk een antwoord uit.

    Bijvoorbeeld:

     Wat is de maatregel?  Strenge straffen op verkoop van games aan minderjarigen
     Waarom?  Bepaalde games zetten aan tot geweld
     Wat zijn de effecten?  Verkopers dreigen naar rechter te stappen

Mindmap

    Mindmap

     

    Plaats een sleutelbegrip in het midden van een bladzijde, omcirkel het.

    Verbind dit begrip met andere belangrijke begrippen die hiermee samenhangen.

    Doe dat ook voor de volgende begrippen, zodat je verschillende vertakkingen krijgt. Je kan hierin verdergaan tot je bij echte details terechtkomt.

    Je kan de samenhang tussen verschillende begrippen aangeven door ze in een kleur te omcirkelen.

Conceptdiagram

Een concept map bevat begrippen en onderlinge relaties die visueel worden weergegeven en met kleurgebruik worden ondersteund. CmapTools (Engels)
is software waarmee je zo'n conceptmap kunt construeren. De software is gratis voor persoonlijk gebruik en gebruik in het onderwijs.
2. Relateren: verbanden leggen

  • Vraag je steeds af wat je al weet over dit onderwerp.

Geef mogelijke verbanden met je eigen kennis weer in de kantlijn 

  • Probeer zelf mogelijke vragen te bedenken bij je leerstof.

Met name kennisvragen, inzichtvragen en toepassingsvragen zijn geschikt.

Stel bij elke definitie van een begrip de vraag "Wat is een <begrip>?" of "Wat betekent <begrip>?".

Stel telkens als in de stof een verband wordt aangegeven de vraag: Wat hebben deze zaken met elkaar te maken?

Stel bij elke bewering de vraag "Waarom is dat zo?"

Draai een feitelijke mededeling om in een vraag. ("De euro werd ingevoerd op 1-1-2002" wordt "Wanneer werd de euro ingevoerd?").

Stel bij elk mechanisme de vraag "Hoe werkt het?"

Stel bij elke gebeurtenis de vraag "Wie waren erbij betrokken?"

Stel bij elke gebeurtenis de vraag "Waar en wanneer vond dit plaats?"

Als je bijvoorbeeld een economische beschouwing leest over de invoering van de euro op 1-1-2002 in twaalf Europese landen, dan kun je denken aan de volgende vragen:

 

Wanneer werd de euro ingevoerd in de eerste groep van 12 landen?

Welke landen voerden op 1-1-2002 de euro in?

Waarom stapten sommige Europese landen op 1-1-2002 wel over op de euro en andere niet?

Welke economische gevolgen had de invoering van de euro in 12 Europese landen op 1-1-2002?

  • Zoek steeds naar een verband tussen
de details en de grote lijnen
met andere hoofdstukken en andere vakgebieden

3. Structureren: het overzicht bewaren

Leg een begrippenlijst aan van belangrijke en/of moeilijke begrippen: probeer de begrippen zelf zo goed mogelijk te omschrijven en zoek eventueel eigen voorbeelden bij de begrippen.

Aantekeningen of samenvattingen structuren

Met de functie Overzicht in Microsoft Office OneNote 2007 kunnen lange of complexe documenten, planningen en presentaties in een handomdraai structureren, zodat je een goed overzicht houdt. 

Downloads

  • Focussen: Houd focus met behulp van de 2x2 vragen.
  • Kerngedachte: Invulsjabloon om de kern uit teksten te destilleren.