Analyseren-relateren-structureren


Analyseren is de bouwstenen ontdekken door:

  • de inhoudsopgave te ontrafelen;
  • de opbouw van handboek en cursus te bestuderen;
  • je eigen kennis binnen die structuur in te passen.

Relateren is verbanden leggen tussen:

  • wat je leert en wat je al weet;
  • de details en de grote lijnen;
  • het ene vak en het andere.

Structureren is het overzicht bewaken door:

  • hoofd- van bijzaken te onderscheiden;
  • de essentie in een paar woorden te benoemen.

Waarom analyseren, relateren en structureren je helpen om beter te leren

Iedere dag word je met een dermate grote stroom aan informatie geconfronteerd dat selectie zich opdringt. De delen zien, verbanden leggen en het overzicht bewaren zijn noodzakelijk om te leren.

Bepaal je doel, houd dat scherp voor ogen en evalueer voortdurend welke informatie van pas komt om je doel te bereiken. Het internet stort een niet aflatende stroom aan informatie over je uit en zonder doel voor ogen raak je al snel op de dool.

Door een helder overzicht van de onderdelen waaruit de leerstof is opgebouwd, en de verbanden daartussen, kun je met meer aandacht leren. En hoe meer aandacht je geeft aan wat je wilt leren, hoe beter je het onthoudt.

Waarom verbanden leggen met wat je al weet nodig is om te kunnen leren

Hoe scherper je inzicht in wat je weet, hoe beter je kunt leren. Voorkennis activeren is van groot belang, omdat je nieuwe kennis en ervaringen op die manier kunt vastknopen aan het oude, bekende. Nieuwe hersennetwerken worden zo verbonden met bestaande, waardoor de recent opgedane kennis sneller beschikbaar komt.

Maar wat als het geleerde niet strookt met kennis en ervaringen die je al had? Dan zal de oude informatie overheersen en wordt bijleren moeilijk. Toch loont het de moeite om in dergelijke situaties het kennisconflict actief te analyseren, het oude met het nieuwe in verband te brengen, om alzo je hersennetwerk uit te breiden.

Pas op voor teveel informatiebronnen

Wanneer je onophoudelijk online in de weer bent met games, Twitter, e-mail, Google, Facebook, MSN etc, dan raakt dit een primitieve impuls om direct te reageren op bedreigingen die opduiken en kansen die zich aanbieden. Dit leidt tot opwinding, waardoor het lichaam een shot dopamine aanmaakt, hetgeen al snel verslavend kan werken. Zonder die prikkels kan het zijn dat een gevoel van verveling zich meester van je maakt.

Uit onderzoek blijkt dat de behoefte aan een constante blootsteling aan stimuli kan leiden tot een aantasting van de creativiteit en het concentratievermogen. Het probleem schuilt erin dat je door te multitasken, door 101 dingen tegelijk te doen, dit onbewust als een gewoonte ontwikkelt en niet meer kunt uitschakelen. In het slechtste geval leidt dit tot ernstige aantasting van je inlevingsvermogen.

Onderstaande mindmap vat de belangrijkste vaardigheden om te analyseren, relateren en structureren samen:

"All knowledge is connected to all other knowledge. The fun is in making the connections" (Arthur Aufderheide)

Downloads


De vijf strategieën die goed werken om theorie te analyseren, relateren en structureren zijn (in volgorde van bewezen effectiviteit en efficiëntie):

1. Gedistribueerd oefenen: Verspreid het studeren over een langere periode in plaats van langdurig aaneen te blokken voor een tentamen. Het is zelfs zo dat langere pauzes (bijvoorbeeld een of meer dagen) tussen het oefenen beter zijn dan kortere. Door ‘vrijaf’ te nemen tussen de leersessies herinnert de leerling de voorgaande leersessie beter: het geheugenspoor wordt versterkt.

2. Oefentoetsen: Laat leerlingen oefenen met het terughalen van wat zij moeten leren. Zo houden zij die informatie beter paraat waardoor zij niet alleen beter in staat zijn om die informatie weer op te halen wanneer die nodig/gevraagd is, maar ook om die informatie te gebruiken/toe te passen in andere, vergelijkbare situaties (betere transfer).

3. Overlappend oefenen: Laat het bestuderen van en/of oefenen met een onderwerp overlappen met het bestuderen van/ oefenen met andere onderwerpen. Denk hier aan het leren berekenen van de inhoud van verschillende objecten zoals een kubus, een piramide, een cilinder en een bol. Bij overlappend oefenen leg je niet eerst de formule voor deze vier vormen afzonderlijk uit en ga je daarna oefenen, maar leg je de formules van alle vier uit, gevolgd door afwisselend oefenen. In Ten Steps to Complex Learning, het boek dat ik samen met Jeroen van Merriënboer schreef, noemen we dat oefenvariatie (variability of practice) en leggen precies uit hoe en waarom dit werkt.

4. Uitweidend bevragen: Daag een leerling (of jezelf) steeds uit om, bijvoorbeeld, aan te geven waarom iets dat hij leert het geval is. Deze strategie blijkt te werken omdat het de integratie van nieuwe informatie in bestaande schema’s – voorkennis – in het geheugen vergemakkelijkt (Piaget noemde dit assimilatie).

5. Zelf uitleg geven: Laat een leerling zichzelf bevragen en laat hem een proces of procedure aan zichzelf uitleggen. De vraag kan algemeen zijn – ‘Wat heeft wat je net las te maken met wat je al weet?’ – of inhoudsspecifiek ‘Waarom is de teller 4 en de noemer 9 in deze stap van de oplossing?’ Deze strategie lijkt op de vorige en de beredenering van de effecten is ook vergelijkbaar.

Vijf strategieën kwamen als slechtste uit de bus. Voor de eerste drie is geen enkel bewijs dat ze effectief dan wel efficiënt zouden zijn:

1. Verbeelden: Hierbij vraag je de leerling in zijn/haar hoofd te verbeelden wat er gelezen en/of geleerd moet worden. We kunnen spreken van een grensgeval. Het blijkt namelijk wel goed te kunnen werken, maar alleen met verbeeldingsvriendelijke (dus vaak concrete) leerstof. Bovendien werkt het wel voor het je kunnen herinneren, maar niet voor het kunnen toepassen van het geleerde.

2. Ezelsbruggen: Deze strategie wordt vaak gebruikt om de betekenis of vertaling van woorden of de terminologie van een vakgebied te leren: de lerende bedenkt een ‘sleutel’ in het ene woord en verbindt die aan het andere woord. Denk aan het moeten leren van de namen van verschillende tanden en kiezen in het Engels. Het woord dat geleerd moet worden is ‘molar’. De leerling moet denken aan / verbeelden van het ‘malen’ van iets (de functie van een molar), dit lijkt op molar en voilà, het wordt geleerd. Helaas lijkt (hoezo hier ‘lijkt’?)deze tijdrovende strategie niet echt effectief en zeker niet efficiënt.

3. Samenvatten: Hierbij wordt de leerling gevraagd om een tekst in het kort weer te geven, bijvoorbeeld de hoofdpunten of hoofdthema’s in een tekst op te schrijven. Hoewel het leren samenvatten een doel op zich kan zijn, blijkt er weinig bewijs te zijn dat het tot beter leren en toepassen van de leerstof leidt. Het werkt wel wanneer de lerende zeer vaardig is in het samenvatten (wat meestal niet het geval is bij kinderen).

En nu – houd u vast – de twee leerstrategieën die gewoon niet effectief zijn:

4. Highlighten en onderstrepen: Elke leraar kent teksten waarin de leerling van alles en nog wat heeft onderstreept tot en met bladzijden waarbij een regenboog aan kleurenhighlighters gebruikt is. Deze strategie doet weinig tot niets om leerprestaties te verhogen.

5. Herlezen: Dit is misschien wel de meest toegepaste en ook aanbevolen strategie om een tekst beter te leren en te begrijpen. Maar herlezen heeft bijna alleen een positief effect op het memoriseren van wat er in een tekst staat, maar niet op het begrijpen, laat staan op het toepassen daarvan.